Studiemiddag Kern van inwijding 27 juni 2026

 37,50

59 op voorraad

Studiemiddag Kern van inwijding 27 juni 2026

 37,50

59 op voorraad

Over de activiteit

De stichting Ritus en Tempelbouw geeft dit jaar vernieuwend inhoud aan de traditie van de bekende Rituelendag en Studiedag, in de vorm van een tweeluik van twee bijeenkomsten, op respectievelijk 27 juni en 19 september 2026, rond een aansprekend en tijdloos thema: ‘Kern van inwijding’.

Tijdens deze twee dagen wordt het thema vanuit verschillende perspectieven verkend. Een breed palet aan sprekers zal hun inzichten delen, geworteld in persoonlijke ervaring, studie en betrokkenheid bij dit onderwerp. Daarmee ontstaat een rijk en gelaagd beeld van inwijding als proces van transformatie en bewustwording.

De inschrijving voor de eerste dag op 27 juni is nu geopend!

Datum: Zaterdag 27 juni 2026 a.s.
Tijd: 13:00 – 17:30 uur (met koffie/thee, borrel nadien)
Locatie: Landgoed Ulvenhart, Heistraat 16, 4858 RL Ulvenhout
Voor wie: De studiemiddag is enkel toegankelijk voor Broeders en Zusters in de “Meester” en “Ontwerpster”-graad.

Kosten: € 37,50 voor deelname enkel aan de bijeenkomst op 27 juni. Aanmelding voor 19 september en betaling hiervoor komt op een later moment beschikbaar.

Is de mythe van Hiram Abiff een verhaal over een trouwe bouwmeester, of staat hij symbool voor een eeuwenoud, universeel mysterie?

Dominee, Vrijmetselaar en Antropoloog J.S.M. Ward heeft in 1925 zijn onderzoek hierover in boekvorm aan ons toevertrouwd. Hij voert de lezer mee op een zoektocht die begint bij de rode dageraad van de mensheid en voert langs verschillende culturen en gebruiken door de eeuwen heen.

Hij ontsluit hoe ceremonies volgens hem zijn getransformeerd en veredeld tot de allegorieën en morele wijsheden die wij vandaag de dag ook in de Vrijmetselarij koesteren.

Naar aanleiding van de binnenkort te verschijnen vertaling van het boek ‘Wie was Hiram Abiff’ van J.S.M. Ward (eerste uitgave 1925 – vertaald door Willem Sinninghe Damsté) organiseert Stichting Ritus & Tempelbouw een Meester werk-middag voor Broeders en Zusters verheven in de Meestergraad en Ontwerpstergraad.

Ward betoogt dat Hiram niet alleen een symbolische of historisch personage lijkt te zijn, maar eerder een uitingsvorm van een oeroud motief, dat in vele culturen terugkeert. Hij laat door antropologisch onderzoek in zowel geschiedenis, als bij verschillende volken over de wereld zien, hoe dit motief door duizenden jaren heen verschijnt in mythen en rituelen: in de verhalen van Osiris, Adonis en Tammuz; in de mysterieculten van de oudheid; en uiteindelijk ook in symboliek bij vrijmetselarij.

Steeds opnieuw keert eenzelfde thema terug: een overgang van het oude naar iets nieuws dat zich niet volledig laat begrijpen.

Wat het thema bijzonder maakt, is dat het niet blijft bij symbolische uitleg. Ward wijst op tradities waarin de ingewijde een ervaring doormaakte die leek op een werkelijke grensovergang: een moment waarin de vertrouwde identiteit oploste en een ruimer bewustzijn zich aandiende. Of deze ervaringen letterlijk, psychologisch of ritueel werden opgewekt, blijft een open en dus onbeantwoorde vraag. Maar het opent wel de weg dat het thema verwijst naar iets dat mensen zelf kunnen ervaren.

De studiemiddag van 27 juni vormt zo een eerste gelegenheid om deze thematiek samen te verkennen. Niet alleen door te luisteren naar de inhoud van het boek, verzorgd door Willem Sinninghe Damste, maar ook door stil te staan bij vragen waar deze beweging — van verlies naar hernieuwde betekenis — zich in het eigen leven aandienen.

Misschien is de vraag: “Wie was Hiram Abiff?” uiteindelijk minder belangrijk dan een andere vraag: “Waar en hoe leeft dit verhaal in mij?”

De middag zal ingeleid worden door Peter Wouters (voorzitter R&T) en vervolgens zal Willem Sinnighe Damsté een tipje van de sluier oplichten van het door hem vertaalde boek “Wie was Hiram Abiff” te delen. Na deze inleiders gaan we zelf aan de slag in kleine groepen met een aantal “wezenlijke vragen” als: Waarin ligt mijn trouw, wanneer alles onder druk komt te staan? En/of Wat in mij moet ik loslaten, voordat iets nieuws kan ontstaan? En/of Wat gebeurt er wanneer ik mijn zekerheden verlies? En/of wie ben ik als ik alles loslaat of achter mij laat?

We zullen gezamenlijk terugkomen in een plenaire sessie waarin we de “bevindingen” delen.

W. Sinnighe Damsté

Willem Sinnighe Damsté

Biografie Willem Sinnighe Damsté

Willem Sinninghe Damsté (1943) studeerde Nederlands recht en een aantal jaren sociologie en Sanskriet. Hij had diverse (leidinggevende) functies binnen de rechtspraktijk. Hij verzorgde publicaties op het gebied van de Neerlandistiek, de Scandinavistiek, zingeving en over juridische onderwerpen. Hij is (mede)auteur van diverse boeken over recht en vrijmetselarij. Hij schreef een dissertatie over een onderwerp uit de rechtsgeschiedenis en een dissertatie over een onderwerp uit de theologie. Hij werd in 1969 ingewijd als lid van één van de loges van het GON. Hij heeft verschillende maçonnieke functies gehad, waaronder lid van de wetscommissie en van de raad van discipline van het GON. Hij is lid van de Opperraad van de AASR en is voorzitter van de redactie van Quinta Essentia, het tijdschrift van de AASR.

Wie was John Sebastian Marlow Ward (1885–1949)?

Ward was de zoon van een Anglicaans priester en studeerde geschiedenis aan Trinity Hall, Cambridge. Al vroeg publiceerde hij historische werken en ontwikkelde hij een diepe interesse in de vrijmetselarij, waarin hij uitgroeide tot een gezaghebbend auteur. Hij schreef onder meer bijdragen voor de Encyclopaedia Britannica.

Na de dood van zijn oom in 1914 beleefde Ward een mystieke ervaring die hem in contact bracht met spiritisme. Hij beschreef deze ontmoetingen in het boek Gone West. Toen zijn broer in 1916 sneuvelde in Vlaanderen, had Ward ook met hem contact, wat resulteerde in A Subaltern in Spirit Land.

Hoewel hij door slecht zicht niet kon deelnemen aan de oorlog, werkte hij in Birma als schoolhoofd. Tijdens zijn verblijf in Azië reisde hij door India en Ceylon en verdiepte zich in oosterse tradities. In India werd hij ingewijd als Brahmaanse hogepriester, maar keerde wegens gezondheidsproblemen terug naar Engeland.

Vanaf 1918 werkte Ward bij de Federation of British Industry, waar hij uiteindelijk hoofd inlichtingen werd. Tegelijk bleef hij actief in spiritistische en theosofische kringen. Na het overlijden van zijn eerste vrouw ontmoette hij Jessie Page, die zijn tweede vrouw en spirituele partner werd. In 1927 begonnen John en Jessie Ward na een visioen lezingen te geven, wat leidde tot een groeiende groep volgers. Samen kochten zij Hadley Hall in Londen, waar zij hun spirituele werk verder vormgaven.