Beteugeld idealisme.

Een eerlijk en genuanceerd beeld van Prins Frederik.

Met grote waardering bieden wij u aan studieblad 7 in de uitgave van Ritus en Tempelbouw / Quator Coronati. Een studieblad dat bijna leest als een ooggetuige verslag, met een uitgebreide analyse van ook nieuwe bronnen, die een belangrijke periode uit de geschiedenis van de Nederlandse Vrijmetselarij belicht: het tijdvak van Prins Frederik als Grootmeester-Nationaal (1816-1881).

Het boek neemt de lezer mee in een belangrijke transitie in de geschiedenis van De Nederlanden en tegen deze achtergrond in de geschiedenis van de Vrijmetselarij. In een maatschappelijke omslag naar meer vrijheid en gelijkheid, die deze periode kenmerkt, evolueert de leiderschapsstijl van prins Frederik mee richting meer ruimte, autonomie en dialoog met de Broeders. Het grootmeesterschap van de prins laat daarmee zien dat balans tussen wel of niet politiek stellingnemen, aandacht voor rituele verdieping en maatschappelijke betrokkenheid voor Vrijmetselaren een voortdurende zoektocht is, die tot op de dag van vandaag relevant blijft. De vraag hoe de vrijmetselarij haar idealen kan omzetten in maatschappelijk handelen, zonder politiek instrument te worden, blijft ook in deze tijd een uitdaging.

Al benieuwd naar het boek?

Lees alvast een stukje

Studiemiddag Kern van inwijding 27 juni 2026

 37,50

54 op voorraad

Categorie:

Beschrijving

De stichting Ritus en Tempelbouw geeft dit jaar vernieuwend inhoud aan de traditie van de bekende Rituelendag en Studiedag, in de vorm van een tweeluik van twee bijeenkomsten, op respectievelijk 27 juni en 19 september 2026, rond een aansprekend en tijdloos thema: ‘Kern van inwijding’.

Tijdens deze twee dagen wordt het thema vanuit verschillende perspectieven verkend. Een breed palet aan sprekers zal hun inzichten delen, geworteld in persoonlijke ervaring, studie en betrokkenheid bij dit onderwerp. Daarmee ontstaat een rijk en gelaagd beeld van inwijding als proces van transformatie en bewustwording.

De inschrijving voor de eerste dag op 27 juni is nu geopend!

Datum: Zaterdag 27 juni 2026 a.s.
Tijd: 13:00 – 17:30 uur (met koffie/thee, borrel nadien)
Locatie: Landgoed Ulvenhart, Heistraat 16, 4858 RL Ulvenhout
Voor wie: De studiemiddag is enkel toegankelijk voor Broeders en Zusters in de “Meester” en “Ontwerpster”-graad.

Kosten: € 37,50 voor deelname enkel aan de bijeenkomst op 27 juni. Aanmelding voor 19 september en betaling hiervoor komt op een later moment beschikbaar.

Is de mythe van Hiram Abiff een verhaal over een trouwe bouwmeester, of staat hij symbool voor een eeuwenoud, universeel mysterie?

Dominee, Vrijmetselaar en Antropoloog J.S.M. Ward heeft in 1925 zijn onderzoek hierover in boekvorm aan ons toevertrouwd. Hij voert de lezer mee op een zoektocht die begint bij de rode dageraad van de mensheid en voert langs verschillende culturen en gebruiken door de eeuwen heen.

Hij ontsluit hoe ceremonies volgens hem zijn getransformeerd en veredeld tot de allegorieën en morele wijsheden die wij vandaag de dag ook in de Vrijmetselarij koesteren.

Naar aanleiding van de binnenkort te verschijnen vertaling van het boek ‘Wie was Hiram Abiff’ van J.S.M. Ward (eerste uitgave 1925 – vertaald door Willem Sinninghe Damsté) organiseert Stichting Ritus & Tempelbouw een Meester werk-middag voor Broeders en Zusters verheven in de Meestergraad en Ontwerpstergraad.

Ward betoogt dat Hiram niet alleen een symbolische of historisch personage lijkt te zijn, maar eerder een uitingsvorm van een oeroud motief, dat in vele culturen terugkeert. Hij laat door antropologisch onderzoek in zowel geschiedenis, als bij verschillende volken over de wereld zien, hoe dit motief door duizenden jaren heen verschijnt in mythen en rituelen: in de verhalen van Osiris, Adonis en Tammuz; in de mysterieculten van de oudheid; en uiteindelijk ook in symboliek bij vrijmetselarij.

Steeds opnieuw keert eenzelfde thema terug: een overgang van het oude naar iets nieuws dat zich niet volledig laat begrijpen.

Wat het thema bijzonder maakt, is dat het niet blijft bij symbolische uitleg. Ward wijst op tradities waarin de ingewijde een ervaring doormaakte die leek op een werkelijke grensovergang: een moment waarin de vertrouwde identiteit oploste en een ruimer bewustzijn zich aandiende. Of deze ervaringen letterlijk, psychologisch of ritueel werden opgewekt, blijft een open en dus onbeantwoorde vraag. Maar het opent wel de weg dat het thema verwijst naar iets dat mensen zelf kunnen ervaren.

De studiemiddag van 27 juni vormt zo een eerste gelegenheid om deze thematiek samen te verkennen. Niet alleen door te luisteren naar de inhoud van het boek, verzorgd door Willem Sinninghe Damste, maar ook door stil te staan bij vragen waar deze beweging — van verlies naar hernieuwde betekenis — zich in het eigen leven aandienen.

Misschien is de vraag: “Wie was Hiram Abiff?” uiteindelijk minder belangrijk dan een andere vraag: “Waar en hoe leeft dit verhaal in mij?”

De middag zal ingeleid worden door Peter Wouters (voorzitter R&T) en vervolgens zal Willem Sinnighe Damsté een tipje van de sluier oplichten van het door hem vertaalde boek “Wie was Hiram Abiff” te delen. Na deze inleiders gaan we zelf aan de slag in kleine groepen met een aantal “wezenlijke vragen” als: Waarin ligt mijn trouw, wanneer alles onder druk komt te staan? En/of Wat in mij moet ik loslaten, voordat iets nieuws kan ontstaan? En/of Wat gebeurt er wanneer ik mijn zekerheden verlies? En/of wie ben ik als ik alles loslaat of achter mij laat?

We zullen gezamenlijk terugkomen in een plenaire sessie waarin we de “bevindingen” delen.

W. Sinnighe Damsté

Willem Sinnighe Damsté

Biografie Willem Sinnighe Damsté

Willem Sinninghe Damsté (1943) studeerde Nederlands recht en een aantal jaren sociologie en Sanskriet. Hij had diverse (leidinggevende) functies binnen de rechtspraktijk. Hij verzorgde publicaties op het gebied van de Neerlandistiek, de Scandinavistiek, zingeving en over juridische onderwerpen. Hij is (mede)auteur van diverse boeken over recht en vrijmetselarij. Hij schreef een dissertatie over een onderwerp uit de rechtsgeschiedenis en een dissertatie over een onderwerp uit de theologie. Hij werd in 1969 ingewijd als lid van één van de loges van het GON. Hij heeft verschillende maçonnieke functies gehad, waaronder lid van de wetscommissie en van de raad van discipline van het GON. Hij is lid van de Opperraad van de AASR en is voorzitter van de redactie van Quinta Essentia, het tijdschrift van de AASR.

Wie was John Sebastian Marlow Ward (1885–1949)?

Ward was de zoon van een Anglicaans priester en studeerde geschiedenis aan Trinity Hall, Cambridge. Al vroeg publiceerde hij historische werken en ontwikkelde hij een diepe interesse in de vrijmetselarij, waarin hij uitgroeide tot een gezaghebbend auteur. Hij schreef onder meer bijdragen voor de Encyclopaedia Britannica.

Na de dood van zijn oom in 1914 beleefde Ward een mystieke ervaring die hem in contact bracht met spiritisme. Hij beschreef deze ontmoetingen in het boek Gone West. Toen zijn broer in 1916 sneuvelde in Vlaanderen, had Ward ook met hem contact, wat resulteerde in A Subaltern in Spirit Land.

Hoewel hij door slecht zicht niet kon deelnemen aan de oorlog, werkte hij in Birma als schoolhoofd. Tijdens zijn verblijf in Azië reisde hij door India en Ceylon en verdiepte zich in oosterse tradities. In India werd hij ingewijd als Brahmaanse hogepriester, maar keerde wegens gezondheidsproblemen terug naar Engeland.

Vanaf 1918 werkte Ward bij de Federation of British Industry, waar hij uiteindelijk hoofd inlichtingen werd. Tegelijk bleef hij actief in spiritistische en theosofische kringen. Na het overlijden van zijn eerste vrouw ontmoette hij Jessie Page, die zijn tweede vrouw en spirituele partner werd. In 1927 begonnen John en Jessie Ward na een visioen lezingen te geven, wat leidde tot een groeiende groep volgers. Samen kochten zij Hadley Hall in Londen, waar zij hun spirituele werk verder vormgaven.

Het team – Paul Evers, Jan Jongen, Gert Jonker, Thijs Laeven – heeft met moed en toewijding dit levenswerk, begonnen door Broeder Phlip Visser, voltooid. Zij hebben daarbij een evenwicht gevonden tussen recht doen aan wat er reeds lag aan rijk bronmateriaal en anderzijds aanvullend onderzoek doen, in een moedige poging om zelf ook de tijdsgeest van toen te doorgronden. Het boek dat nu voorligt, is een eerbetoon aan wijlen Broeder Phlip, die in mei 2024 zijn werktuigen moest neerleggen. Het is dan ook meer dan terecht dat dit werk aan hem wordt opgedragen.

Dat neemt niet weg dat die eer ook de andere auteurs toekomt. Zij hebben een schat aan informatie bijeengebracht afkomstig uit diverse bronnen. Het boek put uit archiefmateriaal van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, zoals de Resolutiën van de Grootloges van Bestuur, tekenplanken van Prins Frederik en andere correspondentie. De maçonnieke tijdschriften uit die periode, zoals het Maçonniek Weekblad, geven inzicht in de stem van de toenmalige broeders en schetsen de maatschappelijke context waarin zij opereerden. Ritualen uit de 19e eeuw, waaronder die van Van Vredenburch (1820/1826), Schouten (1865), en Carpentier Alting (1878 en 1880), en de gedachtewisselingen daarover tussen loges en GrootOosten zijn geanalyseerd, om de ontwikkeling van het maçonnieke gedachtegoed te illustreren.

Daarmee onderstreept dit boek ook het belang van een goed conserveren en ontsluiten van waardevol materiaal uit archieven en bibliotheken. Dat maakt het mogelijk dat latere generaties nog steeds belangrijke lessen uit het verleden kunnen leren en mede met die kennis weloverwogen keuzes kunnen maken voor hun toekomst.

Lessen voor de Tegenwoordige Tijd

Net als in de 19e eeuw staat de Vrijmetselarij vandaag voor de uitdaging om een balans te vinden tussen het behouden van haar tradities en het inspelen op een veranderende maatschappij. Dit boek laat zien dat beiden essentieel zijn voor het voortbestaan van de Orde. De discussie over de maatschappelijke rol van de Vrijmetselarij is nog steeds actueel. De Orde heeft in het verleden op verschillende manieren invulling gegeven aan haar maatschappelijke betrokkenheid en deze betrokkenheid kan in onze moderne tijd nieuwe vormen aannemen. De auteurs benadrukken het belang van openheid en dialoog binnen de Orde, zowel over interne als over maatschappelijke vraagstukken. Mag het ook over politiek gaan? Ja, vermits binnen de afgesproken werkwijze van comparitie en met respect voor de Broederschap, de Broederketen. Juist waar het schuurt kunnen – als we de Broederketen blijven vasthouden – nieuwe inzichten ontstaan.

De Stichting Ritus en Tempelbouw is ervan overtuigd dat dit boek dan ook een belangrijke bijdrage levert aan de kennis en het begrip van de Nederlandse Vrijmetselarij. Het is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Orde, de rol van de Grootmeester en de lessen die we daaruit kunnen trekken voor de moderne tijd.

Bij wijze van voorpublicatie biedt Ritus en Tempelbouw u de inhoudsopgave en hoofdstuk 8 en het aansluitend intermezzo ter lezing aan. De redactie plaats hierna dit voorproefje binnen zijn context.

“Dit hoofdstuk is er een van totaal 36. Het neemt de lezer mee in een serieus conflict uit de beginjaren van prins Frederik als grootmeester (1818-1820). Hij streed toen tegen de Hoge Graden. Deze uitsnede is illustratief voor de aanpak in het eerste deel van het boek. Hierin heeft de redactie het oorspronkelijke werk van broeder Phlip Visser in overleg met hem aangevuld. Zo hebben wij gebruik gemaakt van nog niet eerder ontsloten bronnen. Ook citeren wij uit persoonlijk gekleurde correspondentie van de prins-grootmeester.

Elders in het boek (verspreide hoofdstukken en vanaf 31) breiden wij het onderzoek van broeder Phlip Visser uit met eigentijdse maçonnieke tijdschriften en andere bronnen. Zo gaan wij na hoe broeders zich verhielden tot idealen van de vrijmetselarij. Dit vormt een rode draad die door het hele boek loopt. Eerdere hoofdstukken gingen ook hierop in, maar dan belicht vanuit (officiële) orde-publicaties. Uit deze onderzoekslijn vloeit de titel Beteugeld idealisme voort.

Het conflict met de Hoge Graden is één voorbeeld van een botsing van idealen (prins Frederiks religiositeit) met weerstand (bij de kapittels). De prins klaagde het blasfemisch karakter van de Hoge Graden aan en wilde deze ontmantelen. De kapittels streden voor behoud.”

Noot voor de lezer. De afkorting GLvB staat voor de Groote Loge van Bestuur. Een bestuursorgaan dat zowel in de noordelijke als in de zuidelijke provincies bestond (tot 1830). Vergelijkbaar met het grootoosten.

 

Studiemiddag Kern van inwijding 27 juni 2026

 37,50

54 op voorraad

Categorie:

Beschrijving

De stichting Ritus en Tempelbouw geeft dit jaar vernieuwend inhoud aan de traditie van de bekende Rituelendag en Studiedag, in de vorm van een tweeluik van twee bijeenkomsten, op respectievelijk 27 juni en 19 september 2026, rond een aansprekend en tijdloos thema: ‘Kern van inwijding’.

Tijdens deze twee dagen wordt het thema vanuit verschillende perspectieven verkend. Een breed palet aan sprekers zal hun inzichten delen, geworteld in persoonlijke ervaring, studie en betrokkenheid bij dit onderwerp. Daarmee ontstaat een rijk en gelaagd beeld van inwijding als proces van transformatie en bewustwording.

De inschrijving voor de eerste dag op 27 juni is nu geopend!

Datum: Zaterdag 27 juni 2026 a.s.
Tijd: 13:00 – 17:30 uur (met koffie/thee, borrel nadien)
Locatie: Landgoed Ulvenhart, Heistraat 16, 4858 RL Ulvenhout
Voor wie: De studiemiddag is enkel toegankelijk voor Broeders en Zusters in de “Meester” en “Ontwerpster”-graad.

Kosten: € 37,50 voor deelname enkel aan de bijeenkomst op 27 juni. Aanmelding voor 19 september en betaling hiervoor komt op een later moment beschikbaar.

Is de mythe van Hiram Abiff een verhaal over een trouwe bouwmeester, of staat hij symbool voor een eeuwenoud, universeel mysterie?

Dominee, Vrijmetselaar en Antropoloog J.S.M. Ward heeft in 1925 zijn onderzoek hierover in boekvorm aan ons toevertrouwd. Hij voert de lezer mee op een zoektocht die begint bij de rode dageraad van de mensheid en voert langs verschillende culturen en gebruiken door de eeuwen heen.

Hij ontsluit hoe ceremonies volgens hem zijn getransformeerd en veredeld tot de allegorieën en morele wijsheden die wij vandaag de dag ook in de Vrijmetselarij koesteren.

Naar aanleiding van de binnenkort te verschijnen vertaling van het boek ‘Wie was Hiram Abiff’ van J.S.M. Ward (eerste uitgave 1925 – vertaald door Willem Sinninghe Damsté) organiseert Stichting Ritus & Tempelbouw een Meester werk-middag voor Broeders en Zusters verheven in de Meestergraad en Ontwerpstergraad.

Ward betoogt dat Hiram niet alleen een symbolische of historisch personage lijkt te zijn, maar eerder een uitingsvorm van een oeroud motief, dat in vele culturen terugkeert. Hij laat door antropologisch onderzoek in zowel geschiedenis, als bij verschillende volken over de wereld zien, hoe dit motief door duizenden jaren heen verschijnt in mythen en rituelen: in de verhalen van Osiris, Adonis en Tammuz; in de mysterieculten van de oudheid; en uiteindelijk ook in symboliek bij vrijmetselarij.

Steeds opnieuw keert eenzelfde thema terug: een overgang van het oude naar iets nieuws dat zich niet volledig laat begrijpen.

Wat het thema bijzonder maakt, is dat het niet blijft bij symbolische uitleg. Ward wijst op tradities waarin de ingewijde een ervaring doormaakte die leek op een werkelijke grensovergang: een moment waarin de vertrouwde identiteit oploste en een ruimer bewustzijn zich aandiende. Of deze ervaringen letterlijk, psychologisch of ritueel werden opgewekt, blijft een open en dus onbeantwoorde vraag. Maar het opent wel de weg dat het thema verwijst naar iets dat mensen zelf kunnen ervaren.

De studiemiddag van 27 juni vormt zo een eerste gelegenheid om deze thematiek samen te verkennen. Niet alleen door te luisteren naar de inhoud van het boek, verzorgd door Willem Sinninghe Damste, maar ook door stil te staan bij vragen waar deze beweging — van verlies naar hernieuwde betekenis — zich in het eigen leven aandienen.

Misschien is de vraag: “Wie was Hiram Abiff?” uiteindelijk minder belangrijk dan een andere vraag: “Waar en hoe leeft dit verhaal in mij?”

De middag zal ingeleid worden door Peter Wouters (voorzitter R&T) en vervolgens zal Willem Sinnighe Damsté een tipje van de sluier oplichten van het door hem vertaalde boek “Wie was Hiram Abiff” te delen. Na deze inleiders gaan we zelf aan de slag in kleine groepen met een aantal “wezenlijke vragen” als: Waarin ligt mijn trouw, wanneer alles onder druk komt te staan? En/of Wat in mij moet ik loslaten, voordat iets nieuws kan ontstaan? En/of Wat gebeurt er wanneer ik mijn zekerheden verlies? En/of wie ben ik als ik alles loslaat of achter mij laat?

We zullen gezamenlijk terugkomen in een plenaire sessie waarin we de “bevindingen” delen.

W. Sinnighe Damsté

Willem Sinnighe Damsté

Biografie Willem Sinnighe Damsté

Willem Sinninghe Damsté (1943) studeerde Nederlands recht en een aantal jaren sociologie en Sanskriet. Hij had diverse (leidinggevende) functies binnen de rechtspraktijk. Hij verzorgde publicaties op het gebied van de Neerlandistiek, de Scandinavistiek, zingeving en over juridische onderwerpen. Hij is (mede)auteur van diverse boeken over recht en vrijmetselarij. Hij schreef een dissertatie over een onderwerp uit de rechtsgeschiedenis en een dissertatie over een onderwerp uit de theologie. Hij werd in 1969 ingewijd als lid van één van de loges van het GON. Hij heeft verschillende maçonnieke functies gehad, waaronder lid van de wetscommissie en van de raad van discipline van het GON. Hij is lid van de Opperraad van de AASR en is voorzitter van de redactie van Quinta Essentia, het tijdschrift van de AASR.

Wie was John Sebastian Marlow Ward (1885–1949)?

Ward was de zoon van een Anglicaans priester en studeerde geschiedenis aan Trinity Hall, Cambridge. Al vroeg publiceerde hij historische werken en ontwikkelde hij een diepe interesse in de vrijmetselarij, waarin hij uitgroeide tot een gezaghebbend auteur. Hij schreef onder meer bijdragen voor de Encyclopaedia Britannica.

Na de dood van zijn oom in 1914 beleefde Ward een mystieke ervaring die hem in contact bracht met spiritisme. Hij beschreef deze ontmoetingen in het boek Gone West. Toen zijn broer in 1916 sneuvelde in Vlaanderen, had Ward ook met hem contact, wat resulteerde in A Subaltern in Spirit Land.

Hoewel hij door slecht zicht niet kon deelnemen aan de oorlog, werkte hij in Birma als schoolhoofd. Tijdens zijn verblijf in Azië reisde hij door India en Ceylon en verdiepte zich in oosterse tradities. In India werd hij ingewijd als Brahmaanse hogepriester, maar keerde wegens gezondheidsproblemen terug naar Engeland.

Vanaf 1918 werkte Ward bij de Federation of British Industry, waar hij uiteindelijk hoofd inlichtingen werd. Tegelijk bleef hij actief in spiritistische en theosofische kringen. Na het overlijden van zijn eerste vrouw ontmoette hij Jessie Page, die zijn tweede vrouw en spirituele partner werd. In 1927 begonnen John en Jessie Ward na een visioen lezingen te geven, wat leidde tot een groeiende groep volgers. Samen kochten zij Hadley Hall in Londen, waar zij hun spirituele werk verder vormgaven.