Het is rond 1962. De pater die godsdienst en maatschappijleer geeft op mijn Haagse UTS besteedt een vol uur aan het boek ‘Vrijmetselarij, De Grote Onbekende’ van M. Dierickx SJ en raadt ons aan dat boek te lezen. Het boek is net verschenen. Ik haal het uit de bibliotheek en ben meteen gefascineerd.
Kort daarna zie ik een tv-uitzending over vrijmetselarij. Ik blijf daarna alles over vrijmetselarij lezen wat ik in de pers tegenkom.
‘Opdracht nemen’ en ‘opdracht geven’
Daarna blijf ik alles over vrijmetselarij lezen wat ik in de pers tegenkom. Ik begin als bouwkundig tekenaar te werken aan gebouwen voor de petrochemie. Blijkbaar is Den Haag rijkelijk bedeeld met ingenieursbureaus die voor raffinaderijen in de omgeving van Rotterdam en Antwerpen werken. Die doen het bouwkundige werk de deur uit naar het bureau waar ik werk en dat op het Buitenhof staat.
Den Haag is (en was toen ook) een oliestad, al wil niemand daar nu voor uitkomen. Ver geten wordt dat op nog geen 25 kilometer vanaf het Binnenhof vanuit Pernis een groot deel van de energie voor West-Europa de ri vieren wordt opgevaren of via leidingen naar het Oosten gepompt. De elektrificatie is hard gaande, maar het zal nog jaren kosten voor de fossiele industrie is vervangen door schonere oplossingen. In dit artikel zoek ik aan de hand van eigen ervaringen naar de maçonnieke elementen in de praktijk van ontwikkelen en bouwen. De vrijmetselarij bedient zich van het jargon van de bouwwereld. Ik sta jarenlang achter het tekenschot en er wordt hard gewerkt. Dat werk is er in overvloed. Driemaal in de week fiets ik ’s avonds naar de HTS. Daar hebben de Haagse ingenieursbureaus hun beste constructeurs en ontwerpers voor de klas gezet. Snel krijg ik de smaak te pakken. De bouwkundige en civiele tekeningen die de tekenkamer produ ceert, worden vaak de dag erna al uitgevoerd. Ik leer snel en wil zelf architect worden. Ie mand in mijn omgeving vertelt me dat ik dan na de HTS naar de academie moet gaan of naar Delft. Of, zegt hij, je kunt ook vrijmetse laar worden. Van dat laatste advies begrijp ik dan nog niet veel. Om in deeltijd naar Bouwkunde Delft te kunnen, solliciteer ik op een baan bij het Ministerie van Volkshuisvesting. Mijn verwachting daar een rustige baan te hebben komt niet uit. De afdeling waar ik werk richt zich op systeembouw. Het kabinet Den Uyl is net begonnen en Nederland haalt jaarlijks ook door fabrieksmatig bouwen een productie van 125 duizend woningen. Alles is gericht op de productie van relatief ruime, kwalitatief goede woningen voor een gelimiteerde prijs. Gemeenten, provincie en rijksoverheid controleren alles. Er worden allerlei niet gebak ken bouwmaterialen ontwikkeld, doorzonwo ningen geproduceerd door het toepassen van tunnelbekistingen of door opeenstapeling van grote elementen.
De als ‘warme bakker’ bekend geworden staats secretaris Jan Schaeffer verdiept zich in de bouwkosten en hoe huurders met hun wonin gen omgaan. Hij praat een koerswijziging door de Tweede Kamer. Grote woningcontingenten (zo heette dat toen) worden uit de sociale sector gehaald en worden koopwoningen. Het omslagpunt van verhuur naar eigendom ontstaat door de invoering van de zogenaamde premiewoningen. Pas achteraf realiseert de po litiek zich dat op dat moment de basis is gelegd voor het vermogen dat veel ouderen nu hebben. Het eigen huis is immers voor velen de grootste (en meest veilige) belegging. Dit stuk gaat niet over de bouw van de tempel van Salomo, maar, overdrach telijk, wel degelijk over ‘bouwen’. Onze ritualen zijn immers ook slechts metaforen. De ontwikkelingen in de sociale woningbouw hebben een grote invloed op de bouw als ge heel. Door standaardisatie worden zeer voorde lige, voor de woningwet-woningen ontwikkelde vloersystemen, kozijnen, ketels en keukens ook volop in de premie- en de vrije sector toegepast. Ik werk van harte mee aan de totstandkoming van het boekje ‘Voorschriften en Wenken’ dat subsidie aan kwaliteit koppelt. Ik slaag erin, na lang wachten en op lijsten te staan, een drive-in woning te kopen die in Zoetermeer zal worden gebouwd. De schaarste op de woningmarkt is vergelijk baar met die van 2026. Populisten beweren dat regelgeving daarvan de oorzaak is. Dat is on juist; nog steeds trekken politici niet de conclu sie dat de huren te laag zijn. Het vereist slechts een eenvoudige rekensom op basisschoolniveau om in te zien dat het rendement op de investe ring niet klopt. Beleggers en woningcorporaties kunnen nu niet in beweging komen. Het ministerie realiseert zich rond 1980 meer en meer dat de sociale huursector maar een deel van de bouwsector is. Bewindslieden gaan inzien dat het milieu meer is dan een econo mische factor. Woningen worden geïsoleerd. Er wordt een heel nieuw stelsel van regelgeving ontwikkeld, landelijk ingevoerd en tegelijk met de uitbreiding van de Europese Gemeenschap op ons omringende landen afgestemd. En de bouwwereld daarbinnen wordt een toonbeeld van samenwerking. De wijze van aanbesteden, het kostbare ontwikkelen, het schrijven van bestekken en het begroten van de kosten wordt gereguleerd. Vedere oplevering is het resultaat van sa menwerking van veel mensen, werkzaam in diverse disciplines. Zoals in de ritualen uitgebeeld blijkt steeds weer dat ‘opdracht nemen’ evenveel bijdraagt als ‘opdracht geven’. Direct na het afstuderen word ik architect bij het ingenieursbureau dat de NV Nederlandse Spoorwegen er als dochteronderneming op na houdt als concurrent van de eigen technische organisatie. Ik kom opnieuw in een bruisende wereld terecht die altijd haast heeft. Ik ontwerp en bouw gebouwen voor de NS-busdochters en een aantal NS stations. Onder andere die van Helmond en Ede-Wageningen staan te boek. Als mijn werk, al is het laatste station alweer ge sloopt en vervangen door opnieuw een houten station dat ruimte biedt voor de hogesnelheids trein naar Duitsland.
In mijn 35-ste jaar maak ik contact met de loge Jacob van Campen in Amersfoort en word daar aangenomen. Ik voel me direct thuis tussen de toen nog tachtig vrijmetselaren die wekelijks bijeenkomen. Ik luister naar goede bouwstukken. En ik kan me nog niet voor stellen hoe elke inwijding of aanname nu al 45 jaren blijft boeien. Tegelijkertijd ontstaat in Italië een rel over de zogenaamde loge Propaganda Due, zeker nadat blijkt dat Paul Marcinkus, de aartsbisschop van Chicago, op de ledenlijst van deze loge staat. Hij is de man die de finan ciën van het Vaticaan beheert. Het pauselijke verbod van 1738 op het lid worden, blijkt nog steeds te bestaan. Het Vaticaan valt over het be grip ‘Opperbouwmeester des Heelals’. Ik maak meerdere katholieke vrijmetselaren mee die een steunpilaar in de samenleving zijn en heb nooit een conflict waargenomen. Voor de NS-werkplaats in Zwolle maak ik sa men met werktuigbouwers een ontwerp voor de eerste ‘kuilwielenbank’ in ons land en ik bouw die ook. Het is gewoon een werktuig, zo als een beitel, die in dit geval zonder moker zijn werk doet. Een treinstel – dat bestaat doorgaans uit vier ‘bakken’ (rijtuigen) – wordt in een soort tunnel gereden, waarbij in het midden onder de rails en ondersteboven een draaibank is ge monteerd. Stukken rail worden weggeklapt en beide wielen op één as worden van onder af ‘af gedraaid’ en zo van een nieuw profiel voorzien. Verstandige engineering (wijsheid) leidt in combinatie met (elektromotorische) kracht tot schoonheid, in dit geval efficiënt onderhoud.
De Nederlandse Spoorwegen bedoelden met het woord ‘werkplaats’ iets heel an ders dan een comparitieruimte of een tempel. Wekenlang luister ik naar de noden van de chefs van de hoofdwerkplaats Haarlem. De grootste NS-werkplaats van Nederland heet nu ‘Treinmodernisering’ en begon in 1839 als onderhoudsplek van De Arend en De IJsbeer, de eerste locomotieven van de toen net ontstane spoorlijn Amsterdam-Haarlem. Koning Willem I, die de spoorontwikkeling in Engeland op de voet had gevolgd, zette met eigen geld en dat van Amsterdamse kooplieden deze nieuwe onderneming op inclusief een onderhoudshal. Ook zijn zoon Willem II is aangestoken door dit vooruitgangsvirus. In de periode van minister-president Thorbecke laat hij Willem III instemmen met de opdracht jaarlijks het toen formidabele bedrag van 10 miljoen gulden uit te trekken voor de aanleg van spoorwegen. Het wordt betaald uit ‘Indische Baten’. Bovengenoemde onderhoudshal is in 1990 zo eindeloos uitgebreid en verbouwd dat er een nogal rommelig complex van hallen is ontstaan van meer dan een kilometer lang. Wagons moeten er steeds met zogenaamde bovenloop kranen als waren het damstenen over elkaar worden getild. Efficiënt onderhoud is lastig en de komst van dubbeldekkers dient zich aan. Omdat Nederland zelf geen treinen meer bouwt, zijn ze weliswaar in ons land ontworpen, maar is de uitvoering in diverse landen aanbesteed. Onderhoud vindt altijd onder een zekere tijds druk plaats. Bij een grotere onderhoudsbeurt worden treinen de werkplaats ingerold en on middellijk over de volle lengte van 100 meter opgetild, waarna de draaistellen eronder wor den verwisseld met nooddraaistellen en een aparte behandeling krijgen. Van het door de werkplaatschefs geformuleer de programma van eisen maak ik een master plan dat in fasen gaat worden uitgevoerd terwijl de werkplaats in dienst blijft. Omdat de optel som leidt tot een begrote investering van 200 miljoen gulden, komt er een Kamercommissie kijken en mag ik een toelichting geven. Dat ge beurt op een vrijdag. De leden van de Kamer commissie zijn onder de indruk van wat ze te zien krijgen.
Projectmanagement binnen loges blijkt niet eenvoudig, maar we slagen erin de aankoop te betalen en comparitieruim
ten, een blauwe en een rode werkplaats, een eetzaal, een keuken en een zevende graad in te bouwen. De Orde staat tien procent van de ver koopopbrengst van het oude gebouw af aan de nieuw gevormde Stichting Haags Logegebouw. De Orde verkoopt aan de Staat en de grote tempel en kerkzaal ernaast worden gesloopt. In plaats daarvan wordt het Muzenplein gebouwd,
met daaraan honderden appartementen. Shell heeft rond 1970 het vlakbij dat oude or degebouw gelegen station Staatsspoor gesloopt en vervangen door het nieuwe NS-station Den Haag CS. Omdat NS wel grond heeft maar geen vermogen en Shell juist het omgekeer de, besluiten beide bedrijven samen te werken, waarbij Shell de penvoerder wordt. Omdat het gebied rond het station steeds verder verloe dert, wordt samen met een paar andere bezit ters van vastgoed een bouwmeester aangetrok ken en betaald. Deze doorbreekt het tot dan toe angstvallig aangehouden ‘glazen plafond’ boven de binnenstad. Niets mocht namelijk hoger worden dan het Binnenhof! De rijks overheid haalde alle uit Den Haag vertrokken rijksdiensten weer terug en plaatste die be wust rond het openbaar vervoer. Dit leidde tot een verstandige binnenstad die 24 uur per dag wordt gebruikt. Er wordt nu weer gewoond en gewerkt, gewinkeld en uitgegaan.
Bronnen:
Ook Shell herstructureert de eigen or ganisatie en huisvesting. Het Centraal Kantoor, een complex dat even lang en even breed is als dat van het Binnenhof, wordt volledig herontwikkeld. De kantoren worden omgezet naar ontmoetingsplekken en niet lan ger aan één werknemer toegewezen arbeids plaatsen. Ik dien daarvoor alle omgevingsver gunningen in en verkrijg ze ook. Als resultaat van de nu uitstekende samenwerking met de gemeente ga ik voor de tweede keer een school ontwikkelen en laten bouwen: The Internatio nal School of The Hague, die nu in Kijkduin staat. Er blijft werk aan de winkel. Niet alleen de gebouwde omgeving als geheel, vooral het voortdurende streven naar verbetering symbo liseert het bouwen aan een betere wereld. Door vrijmetselaar te zijn en als onderhoud daarvan regelmatig mijn loge te bezoeken, blijf ik mijn leven lang leerling en dus leren.
De vingerwijzing ‘op jou komt het aan’ onder gaat de vrijmetselaar (m/v) in het profane le ven. Het komt erop aan door te bouwen naar de feitelijke oplevering. De bouwwereld én de vrijmetselarij lijken traditioneel, maar gaan met hun tijd mee Voor FAMA schrijf en teken ik het boekje ‘Bouwen en Betekenis’ met daarin een aanbevolen wandeling door Den Haag…



