THOTH NOVEMBER/DECEMBER 2022 – Visioenen en vergezichten

De ‘hemel’ boven het Holocaust-monument in Amsterdam

 

De menselijke verbeeldingskracht kan visioenen scheppen die zich niets aantrekken van fysieke beperkingen. Alles wijst erop dat de mens sluipenderwijs zó gemachinaliseerd wordt met prothesen en app-afhankelijkheid dat zij straks eenvoudig te vervangen is door een robot. Maar… maak de scheppende mens maar eens na, die in staat is zich een onzichtbare immateriële wereld voor te stellen!

De denkrichtingen waaruit de Westerse cultuur is ontstaan, de kunstvormen van spirituele culturen uit andere delen van de wereld, het allusieve systeem van de maçonnieke symbolen en rituelen, ze hebben één gemeenschappelijke noemer: de toespeling op het onuitsprekelijke. Het dubbeldikke nummer van Thoth dat binnenkort verschijnt, is één lofzang op de visionaire vermogens van de menselijke verbeelding.

Uit het nieuwe nummer:

“Geloof leidt tot vertrouwen in het leven: het idee dat het leven goed is zoals het is, ook al kunnen we zien dat er veel verdriet, pijn en kwaad is in de wereld. Maar uiteindelijk is er schoonheid en liefde. Het maakt het mogelijk om zelfs in moeilijke momenten perspectief te blijven zien en te beseffen dat er in elke situatie nog keuzen zijn over hoe met die situatie om te gaan.”

(Erik van Praag: ‘Geloof in het ongeziene – Grote leegte na secularisatie’)

 “In de opvattingen van Locke was de moraal universeel, met logica te benaderen, en een systeem waarin niet alleen plaats was voor de menselijke natuur maar ook voor het functioneren van de maatschappij en, niet te vergeten, God.”

(Jef Asselbergh: ‘Gewoon broederschap’, cursief)

 “Momenteel keren tal van vervolgde en gemarginaliseerde tradities terug: van sjamanisme tot hekserij. Voor velen hebben zij grote betekenis bij het zoeken naar een herstel van balans met de natuur of zijn tot steun bij een innerlijke zoektocht naar zingeving.”

(Wouter Welling: ‘De helende kracht van kunst – Visioenen van spiritualiteit’)

 “De sfinx symboliseerde eertijds het leven in de dood, maar dit leven kon zonder het lichaam niet bestaan. Het mausoleum diende, zoals de piramide, voor het lichaam te zorgen en het te bewaren. De monumentale grafcultuur stelde de gegoede mens in de 19de eeuw zo in staat zijn eigen dood te ensceneren en te overleven.”

(Guy Liagre: ‘Het raadsel van de sfinx – Verbeelding van de sfinx in de 19de eeuw’)

 “In dezelfde jaren waarin de Duitse vrijmetselaren steeds meer in rechts-nationalistisch vaarwater terecht kwamen, trokken de Nederlandse maçons zich terug in hun wereld van symbolen en rituelen. Pas geruime tijd na WOII, rond 1960, ontstond hier een poging om via een ‘Maçonniek Réveil’ te ontsnappen aan de introverte maçonnieke wereld van de eerste drie decennia van de 20ste eeuw.”

(Willem S. Meijer: ‘Duitse vrijmetselarij rond 1900 – Kloof tussen “altpreussische” en “humanitäre” loges’)

 “Alle grote religieuze stromingen hebben invloedrijke denkers van formaat gekend en kennen die nog. Het zou onderwerp kunnen zijn van een boeiend onderzoek waarom de vrijmetselarij nooit een groot levensbeschouwelijk en invloedrijk denker opgeleverd van het formaat van Augustinus, Luther, Martin Luther King of de bevrijdingstheoloog Dom Helder Camara.”

(Karel Musch: ‘Altaar en kubieke steen – Loge als ongezien of onzichtbaar visioen’)

“Voor wat betreft de loges zou de prioriteit moeten liggen op een doorbreking van het huidige isolement, zowel voor wat betreft loges onderling, als naar de samenleving. Zodat het weer normaal wordt dat een derde van de aanwezige broeders visiteur is, in de loge ook bouwstukken door profanen worden opgeleverd, en samenwerkingen ontstaan met aanverwante maatschappelijke organisaties.”

(Jan den Ouden: ‘Verloren perspectieven – Kritische terugblik op een halve eeuw vrijmetselarij’)

 “Net zoals Dante verstijft als hij zijn Beatrice voor het eerst ontmoet, zoals een vlam het kaarsvet doet neerstromen en verstijven, zo zullen vele mensen dat bijzondere en ongrijpbare gevoel ervaren als zij op het eerste gezicht verliefd worden: iets in een ander zien waar de ander zelf (nog) geen weet van heeft.”

(Jan-Willem Verberne: ‘In vervoering van het vervlogen visioen – Persoonlijke belevenis van de goddelijke komedie’)

 “Het delen van voedsel met elkaar is een intieme act, die een zekere lotsverbondenheid schept met de medemens. Mensen die samen een maaltijd hebben genoten, zullen elkaar daarna met een zekere broederlijkheid bejegenen, en niet meer snel geneigd zijn elkaar bij het minste conflict de kop in te slaan.”

(Cor Mertens: ‘Commensaliteit’ – cursief)

Nog geen deelnemer van Ritus en Tempelbouw of benieuwd naar Thoth? Klik hier om jezelf 6 keer Thot cadeau te doen!