Vrijmetselarij morgen op pad naar meesterschap

15.00

Inhoudsopgave

Voorwoord

  1. Verantwoording
  1. Twee uitgangspunten:

2.a.  Regulariteit en niet-regulariteit: what’s the problem?

2.b.  Eenheid en verscheidenheid: vele takken van één boom?

  1. Drie aanvullingen:

3.a.  Aanvulling 1:  De finaliteit van het maçonnieke project

3.b.  Aanvulling 2: Het maçonnieke procesmodel

3.c.  Aanvulling 3: Een poging tot een multi-dimensionaal reflectie-model

  1. Centrale vraag = Vrijmetselarij morgen: op pad naar meesterschap
  1. Vijf casussen:

5.a.  Casus 1 = Architectuur voor een obediëntiële ‘kamer van overpeinzing’

5.b.  Casus  2 = De opportuniteiten liggen het ‘Grootoosten der Nederlanden’ voor het grijpen

5.c.  Casus 3 = De loge ‘Michel de Montaigne’: een bewuste keuze tussen maçonnieke

‘vreedzame coëxistentie’ en ‘harmonieus samenklinken’

5.d.  Casus 4 = Een jonge loot aan de Nederlandse maçonnieke stam: de autonome,

gemengde loge ‘Ishtar’ wil arbeiden vanuit eigen kracht

5.e.  Casus 5 = De komst van ‘Lithos Confederatie van Loges’ bracht verschuivingen te weeg

in het Belgische maçonnieke landschap’

5.f.  Wat mij soms door het hoofd ging …

  1. Aanbevelingen en aandachtspunten in verband met vrijmetselarij morgen
  2. Slotbeschouwing: mijn werkstuk wil eindigen waar de vrijmetselarij morgen kan beginnen
  3. Bibliografie
  1. Adressen van maçonniek Nederlandstalige België en Nederland
  1. Colofon

 

Verantwoording

 

  1. Als betrokken en bewogen vrijmetselaar heeft Hugo.de Cnoddergedurende meer dan 35 jaar vrij intensief door diverse geledingen van het maçonnieke landschap tussen Rijsel en Amsterdam, Maaseik en Middelburg gereisd. Hij heeft aan die ervaring een sterk verlangen ontwikkeld om de diversiteit aan maçonnieke verschijningsvormen te beschouwen, te doorgronden en in kaart te brengen. Enerzijds met de wens om tot begrijpende synthese te komen, anderzijds vanuit een poging om vooruit te blikken.
  1. Dit verklaart bovendien waarom ik België en Nederland als geografische afbakening voor dit studiewerk heb aangehouden. Zowel gevestigde obediënties als autonome loges heb ik – maçonniek gezien in het kader van deze studie – als gelijkwaardig benaderd en behandeld. Ik wil in dit werkschrift bijdragen in de studie van de hedendaagse vrijmetselarij van waaruit zich een ruime en veelzijdige visie op de toekomstige vrijmetselarij moet kunnen ontwikkelen, rekening houdend met AL haar hedendaagse verschijningsvormen.
  1. In het inleidend gedeelte licht ik eerst twee uitgangspunten toe. Daarna ga ik kort in op mijn methode waarna ik toe kom aan de centrale vraagstelling “Vrijmetselarij morgen. Op pad naar meesterschap”.
  1. Ik wil niet in louter abstracte benaderingswijzen en constructies te vervallen. In het kader van mijn onderzoek heb ik vijf casussen onder de loep genomen. Twee houden zich momenteel expliciet bezig met vormen van interne zelfevaluatie, namelijk de Reguliere Grootloge van België en de orden onder het Grootoosten der Nederlanden. De derde, vierde en vijfde casus betreffen een heel ander segment van de maçonnieke verschijningsvormen. Het gaat hierbij telkens om initiatieven die in de XXIste eeuw zelf ontstonden, te weten: de Vlaamse loge ‘Michel de Montaigne’ opgericht in 2012 en arbeidend onder de Grootloge van België te Gent, vervolgens de Nederlandse autonome, gemengde loge ‘Ishtar’ opgericht in 2014 in Leiden die broeders en zusters uit een ruime regio aanspreekt en tenslotte de Belgische ‘Lithos confederatie van loges’, opgericht in 2006 en die inmiddels via haar aangesloten werkplaatsen over gans België arbeidt. Wat in deze laatste drie gevallen opvalt, is dat zij zich wisten te consolideren, ondanks de relatief korte tijd die sinds hun oprichting is verlopen en ondanks het feit dat de ‘traditionele maçonnieke actoren’ hun komst – begrijpbaar vanuit hun standpunt bekeken – niet met applaus stonden te verwelkomen. De diversiteit van de hier behandelde vijf casussen geeft naar mijn mening uiteindelijk enkele opmerkelijke fundamentele gemeenschappelijke kenmerken te zien.
  2. De reden waarom ik uitgerekend deze vijf casussen uitgewerkt heb, wil echter veel fundamenteler en maçonnieker zijn: “Vrijmetselaar zijn betekent ook de grootheid erkennen van en bij anderen!” (Eli Peeters, 2009). Het gaat mij erom alle verschillen die zich doorheen de ontwikkeling van de vrijmetselarij voordeden, te overstijgen vanuit een maçonnieke attitude van fundamenteel wederzijds respect en gelijkwaardigheid. De hedendaagse vrijmetselarij toont in haar verrijkende diversiteit niets anders dan verschillende, historisch gegroeide verschijningsvormen van hetzelfde, inclusief kwantitatieve en kwalitatieve gradaties.

 

Hugo DE CNODDER, 17 april 2017