THOTH NOVEMBER 2018

Deel van de titelpagina van het zogenaamde ‘Wetboek-Dubois’

Bouw aan de toekomst

Nederlandstalige vrijmetselarij in al haar kleurrijke verscheidenheid: dat is waar Thothvoor staat. In het tweemaandelijkse maçonniek culturele magazine van de stichting Ritus en Tempelbouw behandelt een keur aan auteurs uit Nederland en Vlaanderen op inspirerende, vrijmoedige, deskundige en vernieuwende wijze een veelheid aan onderwerpen die vrijmetselaren – broeders én zusters – van deze tijd ter harte gaan.

Zojuist is het als altijd extra dikke najaarsnummer van Thothverschenen, met een verrassende mix van levensbeschouwelijke, wetenschappelijke en culturele artikelen. Op 132 pagina’s wordt de lezers een multidimensionaal beeld gegeven van de vele bronnen waaruit in loges in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden geput wordt om tot een bouwplan te komen voor een toekomst waarin vrijmetselarij een vitale rol speelt.

Wie met betrokkenheid en optimisme mee wil bouwen aan de toekomst van de Nederlandstalige vrijmetselarij vindt Thothaan zijn en haar zijde. Voor 37,50 euro (bij automatische incasso) per jaar in zes afleveringen thuisbezorgd. Aanmelding is simpel: via de website, www.ritusentempelbouw.nl.

Uit het nieuwe nummer:

 “Dat deze diversiteit (…) zich ook in de vrijmetselarij weerspiegelt, is een logisch gevolg van het ‘in de wereld staan’ van onze leden. De vrijmetselarij heeft zich ontwikkeld in de maatschappij, maar beweegt zich van oudsher in een spanningsveld tussen traditie en vernieuwing. Als we deze tegenpolen Hegeliaans zien als these en antithese, dan dient hieruit een synthese te volgen, liefst een creatieve synthese. Een synthese heeft een probleemoplossend effect, ofschoon deze synthese weer de these wordt in een volgende dialectiek. Ik typeerde de synthese ook als creatief. Hiermee bedoel ik dat er een bewust proces van kritisch denken aan ten grondslag ligt.

“(…) Organisatie en structuur horen bij een samenleving. Van zodra de mensheid zich ging organiseren, raakte ze verweven in allerlei vormen van allianties en verbonden. Bevolkingsgroepen die zich isoleerden of geïsoleerd bleven, waren eerder uitzondering dan regel. Ook de vrijmetselarij heeft zich ontwikkeld en ging zich organiseren. Aan de stam van de vrijmetselarij zijn er vertakkingen gegroeid in verschillende richtingen. Maar vertakking kan tot wildgroei leiden zodat we nog moeilijk het bos zien, het absolute relativisme van de postmodernisten. Ik maak me sterk dat overtollige takken op een natuurlijke manier zullen verdwijnen bij gebrek aan input, omdat ze niet meer aanspreken en dus niet langer gevoed worden. De versplintering zal zich herleiden tot wat de drijvende kracht in de vrijmetselarij blijft.”

(Luc Crevits: ‘Het toekomstig middelpunt – Canonisering, hegemonisering en (gelijk)waardigheid’)

 Zal de post-humane mens, de homo spiritus, meester blijven over de intelligentie-systemen, of zullen we er slaaf van worden (homo servus)? En in het laatste geval: wie zijn de meesters? De (super-)rijke bezitters van de systemen? Maar zij zijn niet in staat die systemen te programmeren en te besturen. (…) Ik vermoed trouwens dat de bestuursvoorzitters van Apple, Facebook, Google, Amazon en Microsoft eveneens hun eigen systemen niet meer kunnen doorgronden, laat staan aansturen. Dus misschien zijn het de weinige techneuten die deze systemen nog min of meer begrijpen en ze min of meer kunnen programmeren, die de werkelijke meesters zijn en zullen worden. (…)

“Ik denk dat onze enige hoop gelegen is in de menselijke geest, waarin we dus allereerst moeten geloven, en die we dan vervolgens zo goed mogelijk moeten ontwikkelen. Die geest zal dan beseffen dat moeilijkheden en pijn een onlosmakelijk deel uitmaken van het leven zelf, en dat we gemakzucht niet boven alles zouden moeten stellen en niet zouden moeten streven naar een uitsluitend soepel en gladjes verlopend bestaan.”

(Erik van Praag: ‘Homo spiritus, mechanicus of servus? – Kunstmatige intelligentie, (trans)humanisme en vrijmetselarij’)

 “Een vriend is een wederzijds zelfgekozen persoon waarmee men een hechte band smeedt, een soort alter ego. ‘Camaraderie’ is een verbond tussen mensen op basis van ideologische overeenkomsten, die samen vechten tegen een gemeenschappelijke vijand. Het woord ‘broeder’ situeert zich langs twee kanten van de vriendschap; het kan er de intensiteit van benadrukken – dan wordt de beste vriend een soort bloedbroeder -; of men kan precies de toevalligheid beklemtonen, waardoor de band vrij principieel of zeg maar symbolisch wordt. Een broer in het profane leven is iemand waar men de moeder mee deelt, vermits ‘pater semper incertus est’. Of men met die spruit van familiale toevalligheid goed overeenkomt of niet is evenmin een zekerheid. Omdat het familie is doet men er zijn best voor. Extreem in dit aspect van de broederschap is uiteraard de zin uit het lofdicht aan de vreugde van Friedrich Schiller, op toon gezet door Beethoven, waar opgeroepen wordt dat alle mensen broeder zouden worden. Hoewel dat deuntje met enige regelmaat te horen valt in onze maçonnieke tempels, is het natuurlijk een al te ruime doelstelling om nog interessant te zijn. Dan hebben we het nog niet  over het feit dat God ermee gepaard gaat. Maar het is mooie muziek.”

(Willem Elias: ‘Aanwas in stijl – Over rekrutering met intuïtie en op het juiste moment’)

 En verder onder meer:

 Henk Masselink: ‘Maçonnieke brug naar de toekomst – De missie van Ritus en Tempelbouw’

 Rik Pinxten: ‘Antropologische kijk op het universele ritueel – Toegang tot het “Center of Union”’

 Hubert Thomas: ‘Schoonheid, stijl en levenskunst – Het bezielde modernisme van A.H. Wegerif’

 Ook zesmaal per jaar ingewijd worden in de geheimen van de vrijmetselarij? Voor een jaarlijkse bijdrage van slechts 40 euro (of 37,50 bij automatische incasso) ontvangen deelnemers aan de Maçonnieke Stichting Ritus en Tempelbouw tweemaandelijks het tijdschrift Thoth. Aanmelding kan via de website, www.ritusentempelbouw.nl.

 Doe jezelf of een goede kennis een jaar Thoth cadeau!