Het maçonnieke veelvlak

“Niet alleen in het systeem van Plato maar nog uitgesprokener in het neoplatonisme vanaf de derde eeuw n. Chr. neemt de aansporing tot een deugdzaam leven en de ‘reiniging van het denken’ een belangrijke plaats in. Voor het neoplatonisme is de reiniging van het denken en van de ziel door de innerlijke blik, het geestesoog, zelfs het kernmoment in de opgang van de ziel tot het beleven en schouwen van het overstijgend-goddelijk Goede en Schone. We treffen het beeld meerdere keren aan bij Plotinus (204-270 n. Chr.). De volgende passage uit zijn Enneaden is voor vrijmetselaren des te meer relevant vanwege een tweede vergelijking die hij hanteert: het steenhouwen.

“’Wat ziet dat innerlijk oog dan wel? Wanneer het pas wordt geopend, kan het de schitteringen niet erg goed zien. De ziel moet er dus eerst aan worden gewend om de schone bezigheden te zien; daarna de schone werken, niet die welke de kunsten tot stand brengen, maar de mannen die de naam hebben goed te zijn; kijk vervolgens naar de ziel van hen die de schone werken tot stand brengen. Hoe kunt u zien wat voor schoonheid de goede ziel heeft? Keer tot u zelf in en kijk; en als u ziet dat u zelf nog niet schoon bent, handel dan als de maker van een beeld dat schoon moet worden: hij hakt hier een stuk af en daar schaaft hij bij, hij maakt het ene stuk glad en het andere rein, totdat hij aan het beeld een schoon uiterlijk heeft gegeven.’”  

(Henk Schoonhoven: ‘Het “alziend” oog – De schouwende blik van het innerlijk’)

“Bij de aanvang van de negentiende eeuw verstrekte de vrijmetselarij, zowel de Angelsaksische als de continentale, een morele vorming die gebaseerd was op allegorieën. De betekenis ervan werd bij de inwijding en bij de daarop volgende graden op een esoterische manier onderwezen. Een allegorie is een beeld waarvan de figuurlijke betekenis door de lezer wordt begrepen in functie van zijn kennis en van zijn cultuur (bijvoorbeeld een vrouw die een weegschaal in de hand houdt om het recht voor te stellen). 

“De invasie van occultisten in de Franse vrijmetselarij in de negentiende eeuw had tot gevolg dat de betekenis van de allegorieën mysterieus werd en van die aard dat allegorieën omgevormd werden tot symbolen. In de gewone betekenis is een symbool een instrument dat het denken aanspreekt en de verbeelding in werking zet. De lezing ervan doet een beroep op het analogisch denken, dat ook Kant als een middel erkende om kennis te verwerven. Anders dan een analogie, stelt een symbool een abstractie voor en is het gewoonlijk van dien aard dat het verschillende interpretaties toelaat (het Latijnse kruis bijvoorbeeld roept het christendom op). Het is wel belangrijk om te weten dat het symbool als dusdanig geen drager noch uitdrukking is van welke waarheid ook. Het symbool bevat geen enkele leerstelling. Het is niet meer dan een ondersteunend middel voor het denken. Het symbool heeft in werkelijkheid geen betekenis, evenmin als de spiegel een eigen beeld zou bevatten.” 

(Jean Somers: ‘De droom van de filosoof – John Locke als geestelijk vader van de vrijmetselarij)

“…of het goddelijke nu een wezen, een steen, een geometrisch concept of een mystiek licht was, bereikbaar via liefde, rede of extase, je kon het ultieme raadsel alleen benaderen door individuele initiatie, door zelfonderzoek. Vandaar het belang van de eigen ervaring en de evenwaardigheid van man en vrouw. Geen dogma’s, geen kerkelijk gezag kwam hier aan te pas. 

“Dat is niet katholiek. Dat is de essentie van de gnostische evangeliën, de evangeliën die in de vierde eeuw door de kerk verboden werden. We kennen ze indirect door de kritiek van de kerkvaders, maar direct door de vondst in Nag Hammadi in 1945. Hun invloed is er echter altijd geweest, meestal ondergronds, maar toen, in de 12de eeuw, openlijk. Want de kerk was toen opvallend tolerant en had die geschriften zelfs in de opleiding voor theologen  in de kloosterscholen opgenomen, want ook zo’n opleiding was een stapsgewijze initiatie, waarbij men niet alleen op de grote klassieke voorbeelden maar ook op de gnostische geschriften steunde. Op Aristoteles baseerde men zich voor de methodologie, op Pythagoras voor de rationeel onderbouwde, mystieke aspecten, en op de neo-platonici voor het beeld van een bezielde, door geheime harmonieën geregeerde kosmos. Hermetische geschriften spoorden bovendien aan om in het eigen innerlijk de spiegel van de eeuwigheid te vinden.”

(Erica Vercammen: ‘De weg door het midden – Het Parsifalverhaal als zoektocht naar het ultieme raadsel’)

En verder onder meer:

Jan-Willem Verberne: ‘Vrijmetselarij een subcultuur? – Een korte sociologische verkenning’

Willem G. Ket: ‘Kortsluiting van uitersten – “Bildung”, religie en politiek’

Willem Verstraaten: ‘Vrijmetselarij heeft vele facetten – Ontmoeting in meerstromenland’

Ook zesmaal per jaar ingewijd worden in de geheimen van de vrijmetselarij?

Voor een jaarlijkse bijdrage van slechts 37,50 euro (of 35 euro bij automatische incasso) ontvangen deelnemers aan de Maçonnieke Stichting Ritus en Tempelbouw tweemaandelijks het tijdschrift Thoth. Aanmelding kan hier. Iedere nieuwe deelnemer ontvangt een welkomstgeschenk.