De eeuwige jeugd van de loge

“Vrijmetselarij wijst een weg naar een werkelijkheid die de persoonlijke beperkingen overstijgt. In de loge vallen de verschillen in sociale klasse, beroep, politieke en levenbeschouwelijke denominatie weg. Ook leeftijdsverschillen blijken er in de logepraktijk gelukkig meestal niet veel toe te doen. Juist de belofte dat de loge je uit kan tillen uit de maalstroom van het leven van alledag, trekt jonge – én oudere – mannen – én vrouwen – aan die ervan overtuigd zijn dat er méér moet zijn dan de waan van de dag. De loge is een toevluchtsoord voor mensen die de overdonderende werkelijkheid zo af en toe eens van een afstand willen beschouwen, om vast te kunnen stellen wat er voor hen nu écht toe doet. Maar de loge is geen vluchtplek. Ze verleent geen asiel aan wie zich geen raad weet in het eigen hier en nu. De loge maakt het mogelijk je leven in het perspectief van de historie te zien, met een methode waarvan de tijdloosheid terecht gekoesterd wordt. Geen designflauwekul met gerestylede werktuigen waarmee je je concurrenten de ogen uit kunt steken, maar werken met middelen die in de traditie hun waarde bewezen hebben, en die je verbinden met gelijkgezinden die je voorgegaan zijn op de speculatieve weg naar zelfkennis en zelfverwerkelijking.” 

(Willem Verstraaten: ‘Van trekschuit naar internet – De eeuwige jeugd van de vrijmetselarij’)

“De spanning tussen voltooid en onvoltooid werk treffen we aan op alle domeinen van de menselijke creativiteit, waaronder de Koninklijke Kunst. De verhouding is niet minder  problematisch dan in de literatuur, al zal de Unvollendete aan menig muziekliefhebber besteed zijn, evenzeer als Schuberts voldragen symfonische composities, om dat voorbeeld uit de muziekwereld te nemen. En wie voor het eerst de Florentijnse Galleria dell’ Accademia bezoekt, waar Michelangelo’s David en een aantal van zijn onvoltooide beelden opgesteld staan, zal de blinddoek tweemaal van de ogen vallen. De bezoeker ziet hier pas goed hoezeer David de gestalte van Goliath heeft aangenomen, hoezeer hij van dwerg gemetamorfoseerd is tot reus. De onafgewerkte beelden stralen in hun permanente worsteling met de ongevormde materie minstens zoveel spanning, minstens zoveel kracht en tegenkracht uit als de afgewerkte sculptuur.”

 (Roger Van den Borre: ‘Het teken van de leerling met het scheermes van Ockham – De schepping gaat schuil in de steen’)

“Hebben we eigenlijk een generatieconflict binnen de vrijmetselarij? Dat mag je toch hopen van niet! Zo al ergens, zouden we toch de Koninklijke Kunst van de verbinding ook in intergenerationele zaken moeten kunnen beoefenen. Als we nu dus aandacht schenken aan het fenomeen van de jongere vrijmetselaar, kan dat niet zijn omdat er een probleem is. Mocht zich dat immers voordoen, dan hebben we een prachtig repertoire om daar mee om te gaan. We hebben immers goud in handen. Het gradenstelsel kan met grote vanzelfsprekendheid de drager zijn van de relatie tussen jongere en oudere broeders. Niet alleen jonger in kalenderjaren, maar ook jonger ‘naar de stijl der vrije metselaren’.

Nee, de aandacht voor de jongere vrijmetselaar zal waarschijnlijk meer te maken hebben met de vraag naar maatschappelijke representatie, verankering, aanspreekbaarheid, relevantie en zo meer. Heel voorstelbaar allemaal. Je kunt je echter afvragen of dat is waar het over moet gaan. Anders gezegd, preluderend op een gelijksoortige grote vraag die ooit werd gesteld door Kennedy: het is niet zozeer de vraag wat de vrijmetselarij voor die jongeren, voor die jongere broeders kan betekenen. Wie weet is het veel meer de vraag wat die jongere broeders kunnen betekenen voor de vrijmetselarij. Want het kan zomaar zijn dat die jongere broeders een bijzondere plicht hebben.

(Karel Musch: ‘De Koninklijke Kunst van de verbinding tussen generaties – Teach your brethren well’)

En verder onder meer:

Willem Bruijnesteijn van Coppenraet: ‘Het wolfsjong en de vrijmetselaar – De achtergronden van de loufton’)

Willem G. Ket: ‘Maçonnieke cultuuroverdracht in de loge – Instructie is meer dan een cursus’

Gert Kramer: ‘Orde en schoonheid van het Ene leven – De 9 en het mystieke getal 52 van Thoth’

Ook zesmaal per jaar ingewijd worden in de geheimen van de vrijmetselarij?

Voor een jaarlijkse bijdrage van slechts 37,50 euro (of 35 euro bij automatische incasso) ontvangen deelnemers aan de Maçonnieke Stichting Ritus en Tempelbouw tweemaandelijks het tijdschrift Thoth. Aanmelding kan hier. Iedere nieuwe deelnemer ontvangt een welkomstgeschenk.