Column Willem Verstraaten – hoofdredacteur Thoth

De multifocale loge

Caleidoscoop van licht

Willem Verstraaten

Meesterschap is het toppunt van menselijkheid. Hoezeer programmeurs van AI, ontwerpers van supercomputers, en wonderdokters van ‘augmented humanity’ ook hun best doen de mens te verslaan, al hun technische trucen komen nog steeds uit de verbazingwekkende toverdoos van het menselijk brein. Door technieken zijn de mogelijkheden van mensen eindeloos uitgebreid; eindeloos, want er is voorlopig geen eind zichtbaar. Maar al die techniek is uitgevonden door mensen, wordt door mensen gestuurd en dient mensen. Apparatuur wordt door mensen bediend, techniek wordt door mensen gebruikt, en omgekeerd alleen als de mens er voordeel in ziet.

We worden al aan alle kanten opgelapt met prothesen, we hebben onze communicatie afhankelijk gemaakt van wifi en hebben onze ziel verkocht aan Facebook, we helpen onze individualiteit om zeep met de eeuwige grijns op onze selfies. De mens gaat steeds meer op een imitatierobot lijken, en als het leven niet wil passen in de geprogrammeerde mal van succes en geluk proppen we ons vol met antidepressiva en pijnstillers tot we – al dan niet door een arts of door onszelf geholpen – een eind aan ons lijden maken; ja, zo zal een keurig opgevoede robot niet gauw doordraven…

Al in 1982 werd in de film ‘Blade Runner’ indringende evocatie gegeven van Kunstmatige Intelligentie op transhumaan niveau, en sindsdien zijn de perspectieven alleen maar weidser geworden. De film draait om een ‘replicant’, ofwel een namaakmens. Die is in werkelijkheid natuurlijk gecreëerd door de regisseur, Ridley Scott. Die replicant werd in werkelijkheid gespeeld door een acteur, Ruger Hauer, een van zijn meest magistrale rollen. Hauer kreeg zijn tekst in werkelijkheid ook niet van een supermachine, maar van een menselijke scenarioschrijver, David Peoples. En Hauer zou niet de eigenzinnige mens geweest zijn die hij is als hij er niet een eigen draai aan had gegeven waardoor die legendarische monoloog voor de sterfscène van replicant Roy Batty kon uitgroeien tot een onvergetelijke zwanenzang:

“I’ve seen things you people wouldn’t believe.

Attack ships on fire off the shoulder of Orion.

I watched c-beams glitter in the dark near the Tannhäuser Gate.

All those moments will be lost in time, like tears in rain.

Time to die.”

Hoe kan zelfs een computer, zelfs in de ophanden zijnde kwantumversie, zich ons eigenhandig ooit zo’n spiegelpaleis voortoveren?

Intussen doet de werkelijkheid ook vaak aan een spiegelpaleis op de kermis denken, met fake news, algoritmische manipulatie en virtuele simulaties die het echte leven naar de kroon steken. En met altijd weer vertekende beelden van wat vrijmetselaren beogen.

“Vrijmetselarij is een levenshouding voor vrije burgers. Vrijheid, verdraagzaamheid en broederschap zijn drie kenmerken. Ons ideaal van broederschap is in deze verdeelde wereld actueler dan ooit. De waardigheid van de mens staat centraal, ongeacht ras, geloof, geaardheid of politieke overtuiging.” Een krachtig pleidooi voor de stijl der vrijmetselaren van Gerrit van Eijk, grootmeester van de Nederlandse Orde van Vrijmetselaren, in een brief aan de Italiaanse ambassadeur waarin hij zijn zorg uitsprak over het voornemen van de nieuwe Italiaanse regering om vrijmetselaren uit te sluiten van publieke functies.

De grootmeester memoreerde in zijn brief dat de grondvesters van het moderne Italië vrijmetselaren waren. “In iedere gemeente is er wel een plein of een straat vernoemd naar Garibaldi, Mazzini of Cavour. En onze broeders Paganini en Puccini schreven de mooiste muziek. Het is eigenlijk ondenkbaar dat Italianen dit vergeten en zich dreigen te scharen in het rijtje landen waar vrijmetselarij is verboden, zoals Iran en Noord-Korea. (…) Het is het onvervreemdbare recht van iedere burger zelf zijn politieke of religieuze levensovertuiging te kiezen.”

Zo blijft de maçonnieke werkplaats een atelier van levende bouwstenen, in plaats van een assemblagefaciliteit voor geprogrammeerde marionetten. “Outside these walls the world is going fucking crazy,” zei Little Steven een paar maanden geleden in De Groene Amsterdammer tegen Leon Verdonschot. En de voormalige gitarist van Bruce Springsteen, met zijn Disciples of Soul hoog geacht in de tempels van de popmuziek, voegde eraan toe dat het dus belangrijker is dan ooit “to gather in cathedrals like these for a little spiritual nourisment. And there ain’t no spiritual nourishment like real live music.”

Wat mij betreft biedt de loge even krachtige geestelijke voeding als Paradiso of Pinkpop. Laat die loge een vrijplaats blijven voor zoekers naar een licht dat méér doet dan led en halogeen, het licht van boven waaraan de kathedralenbouwers overvloedig toegang gaven, het licht dat in de meest uiteenlopende religies en maatschappijvisies de verbeelding voedt, het licht van multifocale menselijkheid dat in de loge broeders en zusters in hun caleidoscopische verscheidenheid beschijnt.