THOTH 2010 -3

Vrijheid en innerlijke drang
Akrasia en het menselijk brein
Willem G. Ket
Een ‘vrij’ man van goede naam klopt aan de poort van de Tempel. Doet hij het uit vrije wil? Allen in de werkplaats gezeten nemen het aan. Zéker weten doen zij het niet. Wij weten ook van onszelf niet of wij destijds uit vrije wil handelden. Wij nemen echter nog steeds voor zeker aan dat het wél zo was. Wij waren immers zelf de initiërende en handelende persoon, en niemand hield ons tegen, noch overkwamen ons tevoren argumenten die ons het vurige verlangen te worden ingewijd in twijfel deden trekken. Toch waag ik te veronderstellen dat vroeger of later velen wel eens hebben gedacht: Waarom heb ik dat toen eigenlijk gedaan? Zo’n plotseling opkomende flitsvraag. Geen dwingende aanleiding. Niet helemaal serieus. Maar toch. En bij een enkeling zal die vraag geheel onvoorzien hebben geleid tot een antwoord en daarna nog een daad uit vrije wil: de Orde de rug toekeren, inclusief het opgeven van enkele tientallen regelmatig onderhouden vriendschappen. Het is opmerkelijk dat ‘vrije wil’ dit jaar plotseling een politiek en sociaal onderwerp met algemene attentiewaarde is geworden. Bewijs leveren de schappen van de boekhandel. Zie even om naar de Week van de Filosofie april jongstleden. Een essay van Ian Buruma, ‘Grenzen aan de vrijheid’. Het blad Wijsgerig Perspectief besteedde aandacht aan vrijheid, en in NRC/Handelsblad kwam zelfs een kleine polemiek op gang. Ach, het is natuurlijk met elkaar een nietsje tegen de achtergrond van 663 miljoen hits op Google na het aantikken van ‘Free will’. Deze twee woorden wegen blijkbaar altijd erg zwaar, in welke context men ze ook plaatst.
|
|
Lees meer...
|
|
|
|
|