|
Op 17 september is aan broeder H.J. MacGillavry door de voorzitter van de stichting voor de eerste keer de Oeuvre-prijs Ritus en Tempelbouw uitgereikt. Broeder MacGillavry ontving deze prijs uit eerbetoon aan de vele publicaties die hij op hoge leeftijd heeft laten verschijnen.
Hierna volgt integraal de toespraak van de voorzitter van Ritus en Tempelbouw, broeder Henk Masselink, uitgesproken op de studiedag op 26 september 2009 in De Rode Hoed te Amsterdam .
Het bestuur van de maçonnieke stichting Ritus en Tempelbouw heeft een nieuwe onderscheiding ingesteld. Curieus genoeg, hebben wij als studiegenootschap geen prijs voor de inhoudelijke kanten van de Nederlandse maçonnerie. Dat is ook best een ingewikkeld thema, want inzet voor een vereniging is gemakkelijker te toetsen dan inhoud. Zodra we over de inhoud spreken, komen we op het terrein van persoonlijke voorkeuren, inzichten, hobby’s, preoccupaties, vooroordelen etc. Een Broeder die we dus onderscheiden op basis van de inhoudelijke kanten van zijn maçonnieke activiteiten, moet boven dit gekrakeel verheven zijn. In dit geval kunnen we dan ook spreken van een oeuvre, een werk. In dit verband ben ik verheugd u te kunnen melden, dat het bestuur van maçonnieke stichting Ritus en Tempelbouw heeft besloten dit jaar voor het eerst een oeuvreprijs uit te reiken. En op donderdag 17 september hebben wij in Huize het Oosten te Bilthoven de eerste oeuvreprijs van Ritus en Tempelbouw uitgereikt aan Broeder MacGillavry, 101 jaar oud.
Mac, een Broeder die naar mijn overtuiging inhoud en beleving van onze maçonnieke werkwijze op een universele wijze benadert, daarbij ruimte laat voor iedere anders denkende, en ons verrijkt met de meest brede kennis, ervaring en inzichten. Hij heeft daarvan getuigd in zijn moederloge La Bien Aimee in Amsterdam en na zijn verhuizing naar Bilthoven, in loge de Ster in het Oosten. In publicaties in Thoth, zoals de 2 artikelen “de zon in het noorden” uit 1996 en diverse publicaties die bij de Steensplinter zijn verschenen. De oeuvreprijs bestaat uit een spitsteen, een vergeten maçonniek symbool. We zien ze nog wel afgebeeld op de oude Tableaus uit de 18’en 19’ eeuw: een kubieke steen met een piramide er bovenop. In de catechismus uit die tijd, spreekt men wel van een wetsteen, waarop de Gezzellen hun gereedschap slijpen. En wie kent niet de reclame van een van onze dagbladen “slijpsteen van de geest”. Bekijkt u deze prijs eens op onze website, want hij is prachtig, uitgevoerd in donkerblauw gepatineerd brons en vervaardigd door Broeder Frans van der Veld met zijn echtgenote. De spitsteen wordt omvat door een hand met de duim naar boven; een eveneens bronzen pen doorboort de spitse bovenkant.

“Slijpsteen van de geest”. Br MacGillavry heeft ons verrijkt met zijn inzichten, en ik wil daarvan kort getuigen door een fragment van zijn teksten:
“In den beginne was er niets dat was en niets dat niet was. Een windvlaag bewoog de wateren en zweepte ze op tot golven: en er was leven, beweging, liefde en verdriet. Maar als de wind gaat liggen, plotseling gaat liggen, dan is er ineens een stilte over de wereld. En in die stilte rijzen vragen; vragen die als vreemde witte vogels opstijgen uit stilte, steeds dezelfde vragen: Wat brengt de menselijke geest ertoe, zich op de verre vlucht te begeven ? Wat geeft het leven zijn begin en zendt het op zijn weg ? Wat brengt ons ertoe deze woorden te spreken en deze vragen te stellen ?
Wat niet met ogen kan worden gezien, maar wat het oog doet zien, Wat niet kan worden gedacht, maar wat het denken mogelijk maakt, Wat het gras doet ontspruiten en het groene kruid zaad gevend om te zaaien, Wat de bronnen zendt naar de beken en al het water vloeit naar zee, Wat de maan heeft gesteld voor de vaste tijden en de zon kent de tijd van zijn ondergang” BrMacGillavry heeft zichzelf beschreven in uitgave 7 van de kubusreeks van de Steenplinter van Br Jan den Ouden, “Volle Middernacht”. “De vrijmetselarij beleef ik enerzijds analytisch als wetenschapsman, omdat ik wil weten wat er staat, hoe het werkt, wat het doet met mij en met de broeders om mij heen; Anderzijds ondergaand, belevend, zoals ik schoonheid beleef, de wereld beleef, esoterisch, soms bijna mystiek, maar meestal met behoud van mijn IK-bewustzijn. De totale eenheid met het ZELF heb ik niet bereikt. Dat hoeft ook niet. |